Box 2 na 2024: dividendvolgorde over meerdere jaren
Het 24,5 %- en 31 %-schijvenstelsel betekent dat timing kwantificeerbaar verschil maakt. Met rekenvoorbeelden.
Bijgewerkt op 5 januari 2026
Inleiding
Sinds 2024 kent box 2 twee schijven. In 2026: 24,5 % over de eerste € 68.843 aan inkomen uit aanmerkelijk belang en 31 % over het meerdere1. Daarmee is dividend uitkeren een planningsvraag geworden: hetzelfde totaalbedrag kost aantoonbaar meer of minder belasting afhankelijk van de volgorde en het tempo. Dit dossier rekent de mechaniek door.
1. De mechaniek van de twee schijven
De schijfgrens geldt per persoon, per kalenderjaar. Twee gevolgen:
- Spreiden over jaren loont. Elk kalenderjaar begint de eerste schijf opnieuw. Wie elk jaar maximaal € 68.843 uitkeert, blijft structureel op 24,5 % zitten.
- Fiscale partners verdubbelen de eerste schijf. Inkomen uit aanmerkelijk belang is een gemeenschappelijk inkomensbestanddeel dat vrij toerekenbaar is tussen partners2. Samen kan er dus € 137.686 per jaar tegen 24,5 % worden uitgekeerd.
2. Rekenvoorbeeld: € 200.000 in één keer of gespreid
Een DGA zonder fiscale partner wil € 200.000 uit de BV halen.
| Strategie | Heffing | Effectief tarief |
|---|---|---|
| Alles in één jaar | € 57.525 | 28,8 % |
| Gespreid over 3 jaar (± € 66.700 per jaar) | € 49.000 | 24,5 % |
| Verschil | € 8.525 |
Met een fiscale partner en optimale toerekening blijft zelfs € 200.000 binnen twee jaar volledig in de eerste schijf. De besparing is dan het volledige tariefverschil over alles boven € 68.843 van de eenjarige variant.
3. De volgorde: eerst loon, dan dividend
Dividendplanning begint pas nadat het gebruikelijk loon klopt (art. 12a Wet LB, minimaal € 58.000 in 20263). De Belastingdienst accepteert geen dividend dat feitelijk loon vervangt. De volgorde is dus: eerst een verdedigbaar salaris vaststellen, daarna pas bepalen hoeveel winst er als dividend uit kan.
Daarna weegt het marginale plaatje: over winst is al Vpb betaald (19 % tot € 200.000, daarboven 25,8 %). De gecombineerde druk op een uitgekeerde euro winst is daarmee circa 39 % (laag Vpb-tarief plus 24,5 %) tot ruim 48 % (hoog Vpb-tarief plus 31 %). Het verschil tussen die uitersten is precies waar de planning over gaat.
4. Samenloop met andere regels
- Wet excessief lenen. Leen je meer dan € 500.000 van je BV, dan wordt het meerdere als fictief dividend belast4. Een geplande dividenduitkering om de schuld af te lossen valt vrijwel altijd goedkoper uit dan een gedwongen fictieve uitkering op de peildatum.
- Box 3-peildatum (1 januari). Dividend dat vlak voor de jaarwisseling naar privé komt, telt direct mee in box 3. Uitkeren begin januari in plaats van eind december scheelt een jaar box 3-heffing over het bedrag.
- Algemene heffingskorting. Box 2-inkomen verlaagt sinds 2025 de algemene heffingskorting; een groot dividend in één jaar drukt de korting harder dan gespreide uitkeringen.
5. De meest gemaakte fouten
- Jaren niets uitkeren en dan één grote uitkering doen. Onbenutte eerste schijven van eerdere jaren komen niet terug.
- De partnerverdeling vergeten in de aangifte, waardoor de tweede eerste schijf onbenut blijft.
- December-uitkeringen die net vóór de box 3-peildatum landen.
- Dividend plannen zonder dividendtoets. Het bestuur moet bij elke uitkering toetsen of de BV aan haar verplichtingen kan blijven voldoen (art. 2:216 BW); zonder die toets is het bestuur privé aansprakelijk.
Bronnen
- Wet inkomstenbelasting 2001, art. 2.12 (tarieven box 2, schijfgrens 2026: € 68.843)
- Wet inkomstenbelasting 2001, art. 2.17 (vrije toerekening gemeenschappelijke inkomensbestanddelen)
- Wet op de loonbelasting 1964, art. 12a (gebruikelijk loon, € 58.000 in 2026)
- Wet excessief lenen bij eigen vennootschap (drempel € 500.000)
- Burgerlijk Wetboek 2, art. 216 (uitkeringstoets)
Logische vervolgstap
Bouw je dossier uit in je cockpit.
Met een gratis account zet je modules en posten neer die bij dit onderwerp horen. Zo wordt het breder dan alleen dit artikel — en kun je een adviseur gericht vragen stellen.
Account aanmaken →