Wet excessief lenen: wat de grens van € 500.000 in de praktijk betekent
De regeling sinds 2023, praktische implicaties en de meest gemaakte interpretatiefouten.
Bijgewerkt op 20 december 2025
Inleiding
Sinds 2023 stelt de Wet excessief lenen bij eigen vennootschap een grens aan wat een DGA van zijn BV mag lenen zonder fiscale gevolgen. Wie op de peildatum (31 december) meer dan € 500.000 aan schulden bij de eigen vennootschap heeft staan, ziet het meerdere belast als fictief regulier voordeel in box 21. Dit dossier behandelt de werking, de eigenwoninguitzondering en de fouten die in de praktijk het meeste geld kosten.
1. Hoe de regeling werkt
- Peildatum 31 december. Eén meetmoment per jaar. De stand van alle schulden aan de eigen vennootschap telt, ongeacht waarvoor geleend is: rekening-courant, leningen voor beleggingen, consumptief.
- Partner en verbonden personen tellen mee. De schulden van jou en je fiscale partner worden samengeteld voor dezelfde drempel van € 500.000. Lenen ook je (klein)kinderen of ouders meer dan € 500.000 bij jouw BV, dan telt hun meerdere bij jou mee.
- Het meerdere is fictief dividend. Boven de drempel wordt het surplus belast in box 2 (24,5 % / 31 % in 2026), zonder dat er geld naar privé komt. De schuld zelf blijft daarna gewoon bestaan, civielrechtelijk verandert er niets.
- De drempel groeit mee. Na een fictieve heffing wordt de drempel verhoogd met het belaste bedrag, zodat hetzelfde surplus niet elk jaar opnieuw wordt belast. Aflossen kan later tot een negatief fictief voordeel leiden.
2. De eigenwoninguitzondering
Eigenwoningschulden aan de eigen BV blijven buiten de telling, mits aan de voorwaarden van de eigenwoningregeling is voldaan. Voor leningen die op of na 1 januari 2023 zijn afgesloten geldt een extra eis: er moet een recht van hypotheek ten gunste van de BV zijn gevestigd2. Een onderhandse eigenwoninglening zonder hypotheekrecht telt dus gewoon mee voor de € 500.000.
Leningen van vóór 2023 zijn van die hypotheekeis uitgezonderd (overgangsrecht), zolang ze als eigenwoningschuld kwalificeren.
3. Rekenvoorbeeld
Een DGA heeft op 31 december een rekening-courant van € 700.000 bij zijn BV, waarvan € 150.000 een onderhandse eigenwoninglening uit 2024 is, zonder gevestigd hypotheekrecht.
| Post | Bedrag |
|---|---|
| Totale schuld aan de BV | € 700.000 |
| Eigenwoningdeel zonder hypotheekrecht (telt mee) | € 150.000 |
| Relevante schuld voor de toets | € 700.000 |
| Drempel | € 500.000 |
| Fictief regulier voordeel (box 2) | € 200.000 |
| Heffing 2026 (24,5 % tot € 68.843, 31 % daarboven) | € 57.525 |
Was voor de eigenwoninglening wél hypotheek gevestigd, dan telde € 550.000 mee en was het fictieve voordeel € 50.000, met een heffing van € 12.250. Het ontbrekende hypotheekrecht kost hier dus ruim € 45.000.
4. Wat kun je vóór de peildatum doen?
- Aflossen vóór 31 december, bijvoorbeeld uit privévermogen. Let op box 3: wat je aflost, verlaat je BV-schuld maar het gebruikte vermogen stond op 1 januari mogelijk al in box 3.
- Dividend uitkeren en daarmee aflossen. Je betaalt dan box 2 over een echte uitkering in plaats van over een fictieve. Met de schijfplanning uit ons box 2-dossier valt dit vaak gunstiger uit, zeker met een fiscale partner.
- Hypotheekrecht alsnog vestigen voor een eigenwoninglening van na 2022, vóór de eerstvolgende peildatum.
- Herfinancieren bij de bank en de BV-schuld aflossen, als de rentelasten dat toelaten.
5. De meest gemaakte interpretatiefouten
- "Het geldt alleen voor nieuwe leningen." Onjuist: de toets gaat over de totale schuldstand op de peildatum, ook voor leningen van vóór 2023.
- "De fictieve heffing lost de schuld af." Onjuist: de schuld blijft volledig bestaan, inclusief renteverplichting. Alleen de fiscale drempel schuift op.
- De partner- en familiesamentelling missen, waardoor de drempel onverwacht wordt overschreden.
- De onderhandse eigenwoninglening van na 2022 meetellen als uitgezonderd, terwijl het hypotheekrecht nooit is gevestigd.
- Alleen naar excessief lenen kijken. Ook onder de € 500.000 moet een rekening-courant zakelijk zijn: marktconforme rente, aflossingsafspraken en voldoende zekerheid. Anders kan de fiscus de lening óók buiten deze wet om als verkapte uitdeling aanmerken.
Bronnen
- Wet excessief lenen bij eigen vennootschap, Stb. 2022, 532 (drempel € 500.000, peildatum 31 december)
- Wet inkomstenbelasting 2001, art. 3.119a e.v. (eigenwoningschuld) en hypotheekeis voor leningen vanaf 2023
- Wet inkomstenbelasting 2001, art. 2.12 (box 2-tarieven 2026)
Logische vervolgstap
Bouw je dossier uit in je cockpit.
Met een gratis account zet je modules en posten neer die bij dit onderwerp horen. Zo wordt het breder dan alleen dit artikel — en kun je een adviseur gericht vragen stellen.
Account aanmaken →